Bachelor die neigt naar dierwetenschappen, maar het net niet is

Daar ging ik dan. Ik kende niemand in Wageningen, niemand op de universiteit. Daar ging ik dan, als eerstejaars, naar mijn eerste colleges. Gelukkig wel samen met mijn trouwe blindengeleidehond Harm.
 

In Wageningen had je altijd maar 2 vakken tegelijk, een ochtendvak en een middagvak. Het ochtendvak was scheikunde, volgens de docenten zou ik dat niet kunnen als blinde studente. Ze wilden het niet hebben. Hoe zou ik nou die practica kunnen volgen? En het vak was allemaal te visueel. De studieadviseur kwam met het idee van een vrije bachelor. Voor alle vakken die ik niet zou kunnen doen, mocht ik iets anders volgen, mijn diploma kreeg dan een aantekening. Zoiets als ‘bachelor die neigt naar dierwetenschappen, maar het net niet is’. Best een mooie, lange titel, maar ook wel een beetje jammer vond ik toen al. Maar ja, je komt net kijken op die uni, dus best.

Zo volgde ik een communicatie-vak als eerste ochtendvak. Erg interessant, dat wel, maar waar al mijn medestudenten elkaar goed leerden kennen bij scheikunde, had ik meteen een achterstand. Ook omdat het middagvak maar 1 college per week had, de rest was groepswerk. En mijn groepje was aardig, maar meer ook niet.

Practicummaatjes

In de tweede periode ging ik celbiologie volgen. Dit vak kende veel practica. Deze docent zag het wel zitten met mij. Ik weet niet eens meer wie, of de studieadviseur of de docent zelf kwam op het idee van practicummaatjes. Ik mocht er twee uitzoeken, dan zouden wij dus in een drietal in plaats van tweetal werken. Op deze manier kwam niet al het praktische werk op de ander aan en de twee medestudenten konden mij samen beschrijven wat ze deden en zagen. Tof idee, maar al na 3 weken in de eerste periode moest ik toch echt die twee namen van studenten doorgeven. Maar ik kende er nog nauwelijks. Ik had naast een aardig meisje gezeten in mijn tweede college, ik had haar voornaam onthouden. En in de derde week was er een openingsfeest, waar ik door wat ouderejaars mee naar toe was genomen. Daar had ik gezellig staan praten, voor zover dat kan in de herrie, met een medestudent. Ook van haar wist ik de voornaam nog. En dan? De docent doorgeven dat zij het gingen worden? Dat voelde ook wat raar. Ik heb op de lijst met medestudenten hun achternamen gezocht, gelukkig hadden ze allebei een bijzondere voornaam. Heb hen gemaild en kreeg positieve reacties terug. Dat was fijn, ik vond dit stiekem toch best wel spannend.

Om je vingers bij af te likken

Alle practica van celbiologie, maar later ook genetica, toegepaste dierbiologie en nog meer, volgeden we samen. Dit was enorm gezellig en ook nuttig. Ze vertelden me wat ze zagen door de microscoop, legden me uit hoe de stamboomprogramma’s bij de computer practica van genetica werkten, vertelden me wat ze zagen tijdens de vele excursies die we hadden naar allerlei landbouwbedrijven. Met zijn drietjes moesten we een doodgeboren biggetje open snijden en van binnen bekijken, zij bekijken, ik vooral voelen, want dat werkte voor mij in dit geval nou eenmaal het beste. En terwijl Harm braaf, af en toe snuivend onder onze tafel lag, vertelden ze me van alles over ons biggetje. Ook dat de practicumdocent net in het biggetje had zitten wroeten met haar vingers, vervolgens haar vinger aflikte om een bladzijde van het boek om te slaan. De afschuw bij mijn beide practicummaatjes, zal ik nooit vergeten.

Inmiddels zijn we wat jaren verder, mijn practicummaatjes noem ik eigenlijk nooit meer zo, ze zijn voor mij vriendinnen en inmiddels hebben we al ontzettend veel meer samen meegemaakt dan practica volgen. Het heeft deze twee meiden ook wel geholpen in hun studie, ze waren best bewust met de stof bezig, omdat ze mij van alles moesten uitleggen. Dat scheelden wel studeren in de tentamenweek.

Samen moleculen bouwen

Overigens heb ik in mijn derde jaar alsnog scheikunde mogen volgen. Het zou het enige vak zijn dat ik niet kon doen. En de studieadviseur was het met me eens dat dit wel zonde was. Na een stevig gesprek met de scheikundedocenten, waarin ik aangaf dat ik meer vakken met practica had gehad, meer ontzettend visuele bètavakken had gehaald. Dat ik met wat aanpassingen ook scheikunde wel dacht te kunnen, mocht ik het proberen. Ook toen weer met een practicummaatje, wel een andere, omdat de twee meiden scheikunde al hadden gehaald. Gelukkig, voor mij dan, een andere vriendin nog niet. Buiten de colleges en practica om had ik voor scheikunde privéles van een student moleculaire levenswetenschappen. Leuke meid, we hebben veel zitten bouwen met moleculen, met van die dozen die ze ook op de middelbare school gebruiken. 

Het had wel iets. Zij zette ze in elkaar, ik mocht voelen en bedenken wat voor iets ik voor me had. Of juist andersom: ik kreeg de naam van een stofje en moest deze zelf in elkaar zetten. Een melkzuurbacterie bijvoorbeeld en zo’n ding is best complex, dus dan krijg je behoorlijk grote bouwsels die net op tafel passen. Soms moest ik van twee bouwsels één groot bouwsel maken, net alsof het een chemische reactie was. Ik deed ook tentamen op deze manier. Zij bouwde voor mij, ik moest benoemen wat het was, wat er veranderde of waarom iets zo in elkaar zat. De docent zat erbij en keek ernaar. Ik kreeg een 7,5 en veel belangrijker voor mij: een volwaardig bachelor diploma dierwetenschappen.

Reactie(s)

Reactie* (maximaal 400 karakters)
E-mailadres*
Velden met een * zijn verplichte velden en noodzakelijk voor een juiste verwerking van het formulier
Nog geen reactie

Blogger/vlogger

 

Nanne Roos Vonk

Hai ik ben Nanne. Vorig jaar ben ik afgestudeerd aan de WUR als een echte dierewetenschapper. Sinds april 2017 ben ik werkzaam in mijn eerste baan, als consultant voor Expertisecentrum handicap + studie. Ik neem jullie graag mee in mijn verhalen over mijn studietijd en mijn werk. Hierbij maak ik gebruik van humor, leuke en positieve voorbeelden en mijn ervaringsdeskundigheid. Ik zie namelijk niet zoveel, zeg maar gerust: bijna niets.

nanne.vonk@handicap-studie.nl

Recente blogs & vlogs